Geldmarkt
De groothandel op de geldmarkt is voornamelijk een interbancaire handel.
Daarnaast opereren op deze markt de institutionele beleggers, de
overheid en grote bedrijven. De handel op de geldmarkt gaat altijd over
de korte termijn, de leningen lopen van een dag tot 1-2 jaar. Langer
lopende leningen worden op de kapitaalmarkt verhandeld.
De functie van de geldmarkt is drieledig:
• het vereffenen van overschotten en tekorten (overschotten van de ene
partij kunnen door de andere partij geleend en ingezet worden)
• tijdelijke financieringsbron van de staat
• vormt het aangrijpingspunt van monetair beleid.
De centrale bank is degene die het geld dat in omloop is op de geldmarkt
beheert. De centrale bank (in Europa de ECB) beïnvloedt het monetaire
beleid middels haar tarievenbeleid. Daarvoor biedt zij de banken:
• Marginale depositofaciliteit (ondergrens korte rente)
• Marginale beleningsfaciliteit (bovengrens korte rente)
• Herfinancieringsrente (MRO's, Main Refinancing Operations, basis
herfinanciering, repo's).
Banken lenen een omschreven hoeveelheid geld tegen de refirente (2%),
kunnen overtollig geld wegzetten tegen de depositorente (1%) en kunnen
extra geld lenen tegen de marginale beleningsrente (3%). Op deze wijze
houdt de centrale bank de marges waarbinnen de marktrente zich beweegt
in bedwang: die zal nooit onder de 1% komen en nooit boven de 3%.
De boekvorderingen die op dit deel van de geldmarkt worden verhandeld,
zijn:
Daggeldleningen
Kasgeldleningen
Onderhandse leningen
Interbancaire deposito's
Certificates of deposit
Commercial Paper
Schatkistpapier en Dutch Treasury Certificates
Obligaties met een looptijd korter dan twee jaar
Schatkistpapier
Schatkistpapier is een verzamelnaam voor kortlopende schuldbewijzen, die
worden uitgegeven door de (Nederlandse) staat.
Schatkistpapier wordt uitgegeven als de staat een tijdelijk
kasgeldtekort heeft. Sinds 1993 worden deze schuldbewijzen Dutch
Treasury Certificates (DTC's) genoemd. Zij kennen een looptijd van zes
maanden en zijn aan toonder. Deze schuldbewijzen worden in zeer hoge
coupures uitgegeven (minimaal € 250.000,-). DTC's kunnen ook worden
gebruikt als het tegoed van de staat bij De Nederlandsche Bank te groot
wordt. Omdat dit tegoed renteloos is zal de staat de omvang daarvan
willen beperken. Een deel van dat tegoed wordt dan gebruikt om
schatkistpapier (vervroegd) terug te kopen. Op die manier wordt immers
de kortlopende schuld verminderd.
Gebruik sinds 1993
Schatkistpapier mag sinds 1993 niet meer gebruikt worden voor de lange
termijn financiering van het financieringstekort), er is dan immers
sprake van monetaire financiering (financiering van de staatsschuld door
middel van geldschepping). Vanaf die datum mocht het financieringstekort
uitsluitend worden gedekt met de uitgifte van (langlopende)
staatsobligaties.
Gebruik voor 1993
Tot 1993 mocht schatkistpapier wèl gebruikt worden ter dekking van het
financieringstekort. Er werd toen onderscheid gemaakt naar looptijd van
het schatkistpapier:
• schatkistpromessen: schuldbekentenissen van de staat met een looptijd
van maximaal één jaar.
• schatkistbiljetten: idem met een looptijd tussen één en vijf jaar
• schatkistcertificaten idem met looptijd tussen vijf en tien jaar.
Al het tot 1993 uitgegeven schatkistpapier werd tot de secundaire
liquiditeiten gerekend (inclusief de langlopende
schatkistcertificaten!). Vanaf 1993 is het begrip secundaire liquiditeit
aangepast en valt het schatkistpapier niet meer onder dat begrip.