Valuta en munteenheden
Een valuta is een officieel geldig betaalmiddel van een land.
Voorbeelden van valuta's zijn: De euro, Amerikaanse dollar, Engelse
pond.
Valuta en munteenheden
De term munteenheid, of munt, is vrijwel synoniem met valuta. Er is
echter wel een verschil. Het volgende voorbeeld illustreert dit.
Een bedrijf in Europa bezit bijvoorbeeld Eur 5000 aan voorraden,
40.000 Yen op de bank en $ 550 aan contanten. Dan hebben ze voor
ongeveer Eur 8250 aan bezittingen, uitgedrukt in de munteenheid
'euro', of $ 10.030, uitgedrukt in de munteenheid 'dollar'. Een
munteenheid kan in een andere worden omgerekend, zonder dat je echt
geld hoeft te wisselen.
De 5000 euro aan voorraden wordt echter niet tot de valuta van het
bedrijf gerekend. Valuta zijn alleen de bedragen in geld (in dit
voorbeeld is het valutabezit van het bedrijf de 40.000 Yen en de $
550).
De munteenheid is dus vooral een rekeneenheid, terwijl valuta
betrekking heeft op geld.
Eigen en vreemde valuta
We onderscheiden de eigen valuta (van het eigen land) en vreemde
valuta (van het buitenland). Vreemde valuta worden tot de vreemde
deviezen gerekend.
Het bestaan van verschillende valuta's leidt bij internationale
handel tot de noodzaak wisselkoersen vast te stellen. Bij vaste
wisselkoersen bestaan er door de monetaire autoriteiten geregelde
vaste omwisselingverhoudingen tussen de verschillende valuta's. Al
lang voor de invoering van een gemeenschappelijke munt (de euro) in
een groot deel van de Europese Unie, probeerde men de koersen binnen
een bepaalde bandbreedte te laten schommelen.
Gebruik valuta van een ander land
Elk land heeft in beginsel zijn eigen valuta, doch in een aantal
gevallen wordt de valuta van een ander land gebruikt. Dit kan het
geval zijn indien het om een klein land gaat dat de valuta van een
naburig land gebruikt. Een voorbeeld is Liechtenstein, dat de
Zwitserse frank gebruikt. Ook kan men in zo'n geval wel een eigen
valuta hebben waarvan de waarde is gekoppeld aan die van een naburig
land. Dit is in Luxemburg het geval geweest: de Luxemburgse frank
was gekoppeld aan de Belgische frank. Een andere situatie waarin men
een dergelijke koppeling hanteert (of tenminste nastreeft) doet zich
voor indien men gebruik wil maken van de economische reputatie (en
stabiliteit) van die andere munt. In 2004 was dat bijvoorbeeld het
geval bij de Bosnische konvertibilna marka, die een vaste koers had
ten opzichte van de euro, en voor 2002 een vaste koers had ten
opzichte van de Duitse Mark (D-Mark). Het zelfde geldt voor de
Bulgaarse lev.
Gezamenlijke valuta's
Ook kunnen landen besluiten tot het hanteren van een gezamenlijke
valuta. Het meest bekende voorbeeld is uiteraard de euro; een aantal
landen in Afrika hanteert de CFA-frank, die een redelijk vaste koers
heeft ten opzichte van de euro (en daarvoor ten opzichte van de
Franse frank), en een aantal landen in het Caraïbisch gebied
hanteert de Oost-Caribische dollar.
Valutapolitiek
Het komt vrij vaak voor dat monetaire autoriteiten een bepaalde
bandbreedte rondom een referentiekoers nastreven. Die bandbreedte
kan variëren van 15 procent tot minder dan 1 procent. Een nauwe
koppeling werd (vóór de invoering van de euro) door De Nederlandsche
Bank nagestreefd tussen de gulden en de D-Mark. Een aantal in 2004
tot de Europese Unie toegetreden lidstaten hanteert een dergelijke
koppeling tussen hun valuta en de euro.
Grote schommelingen in wisselkoersen worden in het algemeen nadelig
gevonden, daar ze de internationale handel bemoeilijken (en volgens
sommige lezingen uitnodigen tot speculatie). Bij internationale
handelstransacties zullen de daarbij betrokken partijen zich moeten
afvragen of ze het risico of valutastijgingen of -dalingen moeten
afdekken met termijncontracten. Dit brengt extra kosten met zich
mee.
Monetaire autoriteiten zullen er naar streven om, ook als er geen
formele koppeling of bandbreedte wordt gehanteerd, fluctuaties
beheersbaar te houden, doch door de omvang van de internationale
valutamarkten is dit vaak nauwelijks haalbaar. Een centrale bank kan
(soms in samenwerking met andere centrale banken) een ongewenste
stijging of daling van de koers van een valuta trachten af te remmen
door op de markt die valuta te verkopen of te kopen (dit staat
bekend als interventie) doch hiermee zijn dusdanig grote bedragen
gemoeid dat het effect vaak zeer gering is. Het "verbaal sturen" van
markten lijkt vaak meer vruchten af te werpen.
De indruk bestaat dat er sprake is van een spanning tussen de
economische en de psychologische aspecten van een valutakoers: een
"sterke valuta" is uit psychologisch (en politiek) oogpunt
nastrevenswaardig, doch een exporteur zal het onwenselijk vinden als
zijn producten als gevolg van een hoge valutakoers voor buitenlandse
afnemers te duur zijn. (Hierbij wordt aangetekend dat het
vermoedelijk onmogelijk is om een objectief "correcte" valutakoers
vast te stellen. Of een koers hoog of laag is, lijkt vaak ten dele
door emoties bepaald te worden. Zie tevens het lemma wisselkoers.)
De mate waarin valuta's kunnen worden omgewisseld, verschilt van
land tot land. In veel gevallen is de in- en uitvoer van de eigen en
van vreemde valuta's aan beperkingen onderhevig.
Speculeren met valuta's
Valuta's worden ook ingezet als beleggingsinstrument. Eén valuta
wordt gekocht en met een andere wordt betaald. Dit betekent, dat bij
het speculeren met valuta's altijd in een valuta-paar wordt
geïnvesteerd, en dat al naar gelang de verwachting in de
koersontwikkeling dit valutapaar wordt 'gekocht' (long) of
'verkocht' (short). Deze speculaties worden op de FOREX-markt (een
afkorting van Foreign Exchange) geplaatst.
Net zoals opties en futures is een valuta-paar een hefboomproduct,
met een hefboom (bij enkele makelaars) tot wel 1:400.
Anders als bij futures en opties bestaat er geen gestandaardiseerd
FOREX-contract, dat de voorwaarden voor het speculeren met
valuta-paren regelt. Elke makelaar is hetzij een market-maker (met
eigen voorwaarden) of hij is een zgn. 'introducing broker' voor een
andere/grotere FOREX-makelaar. Elk van deze market makers probeert
opdrachten eerst in zijn eigen klantenkring te 'matchen', voordat
hij een opdracht verder geeft. Dit heeft als gevolg, dat een
makelaar zo nu en dan koersen heeft, die van de rest van de markt
afwijken. Dit opent mogelijkheden voor arbitrage, wat uiteindelijk
de verschillen weer opheft.
Het feit dat er geen gestandaardiseerde FOREX-contracten bestaan en
het feit dat elke broker eigenlijk een 'market maker' is, maakt de
handel in valuta's soms ietwat ondoorzichtig. Bovendien is er nog
iets anders aan de hand: makelaars moeten zich beschermen tegen
risico's die ontstaan door de open marktposities van hun cliënten.
Dit doen ze vooral door de tegengestelde marktpositie in te nemen,
ook wel 'hedging' genoemd. Het pure hedgen is begrijpelijk uit het
oogpunt van de makelaar. Problematisch is echter, dat met het
'hedgen' de makelaar eigenlijk tegen zijn cliënt speelt en dat er
een belangenconflict kan ontstaan. Bij het pure 'hedgen' van open
posities is er geen conflict; indien echter de makelaar uit zijn
open marktposities een rendement wil bereiken, ligt dit moeilijker:
hij speelt tegen zijn klant én wil het spel winnen én heeft
volmachten gekregen voor boekingen op het depot van zijn cliënt. De
klant heeft vaak het nakijken.